w-bruinvis-2014-09-07

 

 ..en toch een bruinvis.
De naamgeving was vroeger nogal slordig: een grauw beest in zee: een bruine vis. Een andere vreemde naam is zeevarken, en zo heet hij ook in het Duits en Deens. Bruimvissen zijn familie van de dolfijnen en dus zoogdieren. Ze worden ongeveer 1 m lang. In voorgaande eeuwen werd hij ook gegeten, maar toen was hij zelfs zo algemeen dat hij in de grachten van Amsterdam rond zwom. Na een periode dat het slecht met de bruinvis ging, zijn ze nu helemaal niet zeldzaam. In de Noordzee leven ongeveer 250.000, en in de Waddenzee naar schatting ruim 85.000.

Het is dus niet vreemd dat er regelmatig een dode bruinvis aanspoelt:

w-strandingen                            

Op deze site staan ruim 8000 strandingen van walvissen, bruinvissen en dolfijnen op onze kustlijn sinds de eerste gedocumenteerde waarneming in het jaar 1255.
Deze dode bruinvis vond ik op Rottumeroog, tijdens een excursie. Hij was flink aangevreten, door meeuwen, gezien de vele pootafdrukken om het lijk. Misschien werd hij gedood door zeehonden. Ooit zag ik hoe 2 zeehonden een bruinvis aanvielen. Regelmatig doken ze op de bruinvis af en beten hem in de flank. Van waar wij stonden (bij de Eemshaven) zagen we hoe het water rood kleurde.  

 

w-kop-bruinvisw-orka-eet-bruinvis   

Kop van een bruinvis                         Een orka aan het  'haring happen',  met een bruinvis

 

De bek laat zien dat de bruinvis bij de tandwalvissen hoort, net als de potvis, dolfijn en orka. De zeehond niet, die hoort bij de roofdieren, zoals leeuw, wolf, marter en ook de walrus. Dat is direct duidelijk als je het gebit van een bruinvis en een zeehond vergelijkt:

 

w-bruinvisschedel

w-zeehondschedel

Bruinvis                                                                 Zeehond

 

Tandwalvissen hebben kleine, allemaal gelijke tanden, die vooral de gevangen prooi, vis, vasthouden, maar niet in stukken bijten, zoals zeehonden en andere roofdieren doen. een roofdieren gebit heeft scherpe kiezen en grote hoektanden.

 

Jagen met geluid
Bruinvissen jagen op haring, wijting, makreel, grondels, inktvis, krabben, wormen en slakken. Soms eten ze te grote platvissen waar ze in stikken. Om vis op te sporen gebruiken ze echolocatie, net als oa. dolfijnen en vleermuizen.

w-echolocatie

 

Met onze oren onder water horen is niet gemakkelijk omdat de trilling in het water wordt gedempt en ook het trommelvlies trilt minder. Zeezoogdieren hebben daarom niet zoveel aan een gewoon oor. Bij hen worden geluiden doorgegeven via de onderkaak aan het middenoor. De klikgeluiden maken ze in de buurt van het spuitgat, boven op de kop. In het voorhoofd ligt een bol vettig materiaal, de meloen genoemd, die als een akoestische lens werkt en het geluid bundelt. De bruinvis weet door de echo niet alleen waar het dier is, maar ook welke soort en hoe groot het is.

 

Geluidsoverlast

Geluidsgolven worden ook ingezet in de zoektocht naar olie of het opsporen van onderzeeërs en mijnen. Het gebruik van deze geluidstechnieken, samen met de toenemende scheepvaart en de installatie van boorplatformen, zorgt er voor  dat onze oceanen steeds luidruchtiger worden. De communicatie tussen zeezoogdieren wordt hierdoor steeds meer verstoord: walviskalfjes raken gescheiden van hun moeder en een aantal soorten slaagt er niet meer in prooien op te sporen of vijanden te ontdekken. Er zijn steeds meer bewijzen dat het gebruik van sonar voor militaire doeleinden verantwoordelijk is voor massastrandingen van zeezoogdieren overal ter wereld.

Uit onderzoek van gestrande dieren blijkt dat deze verwondingen vertonen die vergelijkbaar zijn met symptomen van decompressieziekte bij mensen. Deze verwondingen worden veroorzaakt wanneer dieren vanuit de grote diepte te snel omhoog zwemmen. Alle extra geluid in de leefwereld van deze dieren kan geluidstress veroorzaken of het gedrag beïnvloeden.

 

w-griendenstranding

w-orkas-12-2-2014-tasmanie

Gestrande grienden                                           Gestrande orka's

 

Beelden van de massastranding van 194 grienden en 7 tuimelaars bij Tasmanië, op 2 maart 2009; de derde massastranding in korte tijd. In januari 2009 en november 2008 spoelden er in Tasmanië ook al zo'n 200 walvisachtigen aan. Het is moeilijk om een duidelijke oorzaak voor deze massastrandingen te geven, maar wetenschappers vermoeden dat de gevoelige echolocatiesystemen van de dieren wel eens grondig in de war gestuurd kunnen worden door het toegenomen scheepvaartverkeer. Op 12 feb 2014 spoelden 7 orka's aan op de kust van Nieuw-Zeeland.

Er is gelukig toenemende aandacht voor dit probleem in zee.