Schelpen verzamelen is wel eens de koning onder de hobby's genoemd en soms is het een hobby voor koningen. Dat had vooral te maken met de enorme prijzen die voor sommige zeldzame schelpen betaald werden.

wenteltrapje

Dit fraaie Wenteltrapje is nog altijd een schoonheid. Rond 1750 betaalde Frans I, de Oostenrijkse aartshertog maar liefst 4000 gouden gulden voor een schelp. Omgerekend naar nu zou dat ongeveer 100.000 euro zijn.De schelp was zo geroemd om zijn schoonheid dat men er zelf het bewijs van Gods bestaan in zag. Vanwege zijn kostbaarheid maakten Chinese handelaren de schelp na van rijstmeel. Deze imitaties zijn nu veel kostbaarder en zeldzamer dan de originele schelp! Nu betaal je voor een mooi exemplaar een paar tientjes.

 

conus-gloriamaris


Deze Conussoort ziet er niet bijzonder fraai uit en er zijn ook zeker fraaiere soorten uit deze grote familie van Kegelslakken.
Toch is deze schelp een paar eeuwen lang het zeldzaamste natuurvoorwerp geweest. Het is de Conus gloriamaris, de Glorie van de zee.
Hoge veilingprijzen en legendarische verhalen maakten de schelp tot de Heilige Graal voor verzamelaars.
Zo zou de Deense verzamelaar Chris Hwass in 1792 een schelp onmiddellijk na de kostbare aankoop te hebben vertrapt, om de waarde van zijn eigen exemplaar veilig te stellen. In 1837 werden 2 exemplaren gevonden, maar het jaar daarop verwoestte een enorme zeebeving de vindplaats, waardoor men aannam dat de soort uitgestorven was. In 1957 waren er wereldwijd 24 ex. bekend, die voor prijzen van minstens US$ 5000 verkocht werden.
Pas in 1969 vonden twee Australische duikers dankzij de verbeterde duikapparatuur een vindplaats van 120 exemplaren nabij de Solomon Eilanden. Daarna kelderde de prijs enorm, zodat de schelp ook voor minder kapitaalkrachtige verzamelaars binnen hun bereik kwam.
Nu kun je een goed exemplaar voor minder dan €100 kopen.