en het vuur niet wordt geblust'. Bijbelvaste lezers zullen deze onheilspellende uitspraak herkennen als een beschrijving van de hel. In de titel komt al naar voren dat de worm op een bijzondere manier verbonden is met de dood.

Je moet dan ook niet denken aan onze nuttige en sympathieke regenworm, maar aan de maden die je al gauw in een lijk vindt. Regenwormen eten geen vlees, en de lijken liggen ook op een diepte waar wormen niet leven. In vroeger tijden was men daar wat openlijker over dan nu. Jacob Cats noemt het lichaam een vuylen made-sack, een woonhuys van de pieren (samenspraak tussen een oude man en de dood uit 1655). Dat klinkt natuurlijk wel heel somber, maar ons woord lichaam zit in dezelfde sfeer. Het komt van lik-haam = lijk-omhulsel. Een likdoorn is dus een doorn in je lijk.

 

Kopie-van-ReinoudvanBrederode PhilippotevanderMarck

memento-mori-1520

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ivoren beeldje en dit grafmonument uit Vianen (± 1560) liegen er niet om. Het is een transi-tombe en is bedoeld om de toeschouwer de vergankelijkheid van het menselijk lichaam te tonen, maar ook het vaste vertrouwen in de opstanding van de doden. Zo gaat het nu eenmaal in de natuur, ook al wil je misschien niet weten..


In de natuur zal een dood dier niet lang onopgemerkt blijven. In natuurfilms zie je de rondcirkelende en neerstrijkende gieren, die elk dood dier al van ver zien of ruiken. In ons land heb geen gieren, maar er zijn genoeg dieren die op aas afkomen: de kadaverfauna.

 

kadaverfaunakleur-tekst-klein

Deze mooie overzichtstekening is van de stichting Dood doet leven, waar je de poster kunt downloaden. het laat goed zien welke aaseters er zijn.

Het zal misschien verbazen daar ook vlinders bij te zien, maar die eten graag vocht en mineralen uit zweet, urine, uitwerpselen en lijken. Het al te idyllische beeld van vlinders is hiermee misschien verstoord, maar dit hoort ook bij vlinders. Twee van de aaseters wil ik extra aandacht geven: de doodgraver, een soort aaskever en de vleesvlieg.
Als er ergens een dood vogeltje of muis in de natuur ligt, trekt dat door de kenmerkende lijklucht de aandacht van aaskevers en vleesvliegen. De oude onderwijskastjes in mijn museum laten dat mooi zien.

 

doodgravers

bromvliegen-maden



 

 

 

 

 

 

 Doodgravers bij een dode putter                      Vleesvliegen en maden bij een dode vink

   

De doodgravers eten als volwassen kever van de vliegenmaden. Ze eten ook van het aas, maar gebruiken dat vooral voor de voortplanting. Bij het vinden van een klein kadaver (muis, mol, vogeltje) wordt de aarde eronder verplaatst, zodat het lijkje langzaam in een kuil zakt. Ooit zag ik dit bij een dode mol, waar ze toch al met al zo 'n tweeenhalf uur over deden. Fascinerend om te zien hoe ze steeds de positie van de mol controleerden, om te weten waar ze nog dieper moesten graven. Een plantenwortel of stengel die in de weg ligt wordt doorgeknaagd. Als het lijkje op zijn plek ligt worden er eitjes in een gangetje afgezet. Het vrouwtje blijft bij de eitjes tot ze na een dag of 5 uitkomen. Ze lokt de larven door te sjirpen en ze de eerste uren te voeden met druppeltjes verteringssap. Ze verpoppen zich na 7 dagen al.

 

doodgraver5

doodgravers-vleesvliegen



 

 

 

 

 

 

 

De groene keizervlieg eet niet alleen aas, maar kan ook eitjes leggen in wonden van levende schapen. Het is een van de eerste insecten die op een dood dier afkomt en wordt daarom gebruikt in forensische entomologie, de wetenschap, om het tijdstip van overlijden te bepalen met behulp van de aanwezige insecten en larven. De blauwe bromvlieg heeft een voorkeur voor rottend vlees. Als hij voedsel heeft ontdekt, scheidt hij een lokstof af, die andere vliegen waarschuwt. Deze bromvliegen steken niet, maar zijn wel schadelijk, omdat ze ons voedsel kunnen besmetten met ziektekiemen van de kadavers die ze bezochten.