Wat klinkt als de titel van een kinderboekje is het verhaal van de rol van draken in rariteitenkabinetten. Overigens is een rariteit niets iets raars, maar eerder iets zeldzaams. In het Engelse rare komt dit nog uit: een kabinet van zeldzaamheden dus. Maar wie is Jenny en hoe vals is de draak?

 

Onder de fabeldieren heeft de draak toch wel de meeste status. De eenhoorn is ook respectabel, maar daarover in een andere Bijzonder.
Van het westen tot het oosten kent de draak een ruime en lange geschiedenis in onze mythen, sagen en folklore. Hij heeft zelfs een plek in de bijbel gekregen, met name in het boek Openbaringen en dat was natuurlijk heel lang een krachtige onderbouwing voor zijn bestaan. De ontdekkingen van de eerste dinosauriërbotten blies nieuw leven in de sluimerende behoefte aan draken. Opeens bleek dat ze in de oertijd in alle soorten en maten over de aarde heersten.

 

 

st-joris-en-de-draak

 chinese-draak

 

 

 

 

 

 

 

Sint Joris en de draak                                                         Chinese draak

                                                                                                                                                                                                                                                                                          Omdat draken zo tot de verbeelding spraken, was een rariteitenkabinet eigenlijk niet compleet zonder een opgezet draakje: een geliefd topstuk van elke collectie. Een probleem was natuurlijk dat draken niet echt bestaan, maar daar wisten handige jongens wel wat op. Jenny-HaniverHet verhaal gaat dat zeelui in de havens van Antwerpen als bijverdienste jonge draakjes of zeemeerminnen maakten, die verkocht werden als jeune d’ Anvers, wat verbasterd werd tot Jenny Haniver. Ze zijn al bekend uit de 17e eeuw en worden afgebeeld in het beroemde boeken Monstrorum historia (1613) en Serpentum et draconum (1640) van Aldrovandi. Overigens wist men toen al dat er vervalsingen bestonden, maar het leven was vaak sterker dan de leer en dus bleef de handel bestaan.
Zulke draken werden gemaakt vanuit een rog, vaak een gitaarrog. Met wat insnijdingen op de juiste plaatsen ontstaan de poten, een staart en vleugels. De ogen zijn in werkelijkheid neusgaten. In mijn museum heb ik twee verschillende Jenny Hanivers, de androïde vorm en de draakvorm en een gedroogde gitaarrog om te laten zien hoe je ze maakt.                                         

 

                                                                                       Valse draak: Jenny Hanivers

 

Oude Jenny Hanivers zijn nog steeds topstukken in musea; het Zeeuws Museum heeft er een uit 1650. Mijn exemplaren zijn nieuwer, maar zijn even zo goed zeer bijzondere stukken in mijn collectie. Hoewel het dus tamelijk bekend was dat het om vervalsing ging, bleven ze populair, omdat men er graag iets buitennissigs als een zeemeermin, een draakje, een jonge basilisk of een buitenaards wezen in zag. ‘De mens wil nu eenmaal graag bedrogen worden’, schreef Petronius al in 65 na Christus en dat is 2000 jaar later niet  veranderd.

 

Gelukkig bestaan er toch nog echte draakjes: Draco volans, het vliegende draakje. Dit kleine hagedisje heeft opvouwbare ribben, die hij kan uitklappen als vleugels. Je vindt ze in Indonesië, Maleisië en de Filippijnen, waar ze in bomen leven. Bij gevaar, bijvoorbeeld een slang, springen ze uit de boom en zweven weg, tot wel 200 m. Ik heb er verschillende van in mijn collectie, net als de vliegende gekko, de vliegende kikker en de vliegende vis.

 

vliegend-draakje

Vliegend draakje uit Indonesië.