'Heengaan, overgaan, vergaan'; het zijn allemaal woorden rondom de dood en 'blijven' past daar niet bij.Toch zijn er situaties waarin dat wel gebeurt: heengaan en toch blijven...

Ik heb het nu over natuurlijke mummies. Mummies kennen we het best van Egytpe, waar dit een veel voorkomende manier van conserveren was. Er zijn overigens veel meer culturen waar dit gebeurde, maar dat zijn kunstmatige mummies: door menselijk ingrijpen gemaakt. Het kan echter ook gebeuren dat er spontaan een mummie ontstaat, onder speciale omstandigheden.

 

kattenmummie

 

Deze bijzondere kattenmummie kocht ik in 2009. Hij werd halverwege de 20e eeuw gevonden op een hooizolder in het Belgische Wellen. De rattenmummie daarnaast verwierf ik uit een nalatenschap, maar zonder gegevens van herkomst.

 

Natuurlijke mummificatie ontstaat door de inwerking van kou, van droogte, van zuren in een moeras, door afsluiting van zuurstof of door bijzondere microklimatologische omstandigheden rondom het lichaam. Beroemd zijn de veenlijken, zoals het meisje van Yde en de man van Tollund, maar ook de ijsmummie Ötzi, die na 5300 jaar uit het ijs tevoorschijn kwam.

Normaal begint direct na de dood het ontbindingsproces. Schimmels en bacteriën doen daarbij snel en efficiënt hun werk, maar daarvoor is water noodzakelijk. Spontane mummificatie heeft daarom de beste kans bij zeer snelle uitdroging. Gunstige plekken hiervoor zijn zolders, kelders, onderaardse steengroeven en grotten met min of meer tegenover elkaar liggende openingen die voor een constante en snelle luchtstroom zorgen. Op deze manier zijn ook de duivenmummies ontstaan die ik in Ginnum in de kerktoren vond.

 

mummie-8

mummie-9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is duidelijk dat deze mummies kwetsbaar zijn: door vocht zouden ze alsnog door bacteriën en schimmels aangetast worden.

In de natuur gebeurt het vaker dat dieren spontaan mummificeren.

 

Een bijzonder fenomeen onder dierenmummies zijn de 'groepsmummies', doordat er niet één, maar meerdere dieren tegelijk zijn gemummificeerd. Ze zijn met de staarten aan elkaar verknoopt en zo omgekomen, waarschijnlijk door verhongering. Bij ratten noemt men zoiets een rattenkoning, maar ze zijn er ook gevonden met een kluwen bosmuizen.

In 1828 vond een molenaar een kluwen van 32 uitgedroogde zwarte ratten in de open haard, die met de staarten aan elkaar verknooopt waren: de rattenkoning van Buchheim;  de grootste en de mooiste van alle rattenkoningen.

 

Rattenkoning-van-Buchheim

De Rattenkoning van Buchheim, met 32 aangeknoopte zwarte ratten.

 

In  de strenge winter van 1963 hoorde boer van Nijnaten een luid gepiep uit een schuurtje komen. Het bleek om een rattenkoning van zeven ratten te gaan; de enige vondst in Nederland, in Rucphen. Vanaf de Middeleeuwen zijn er 39 rattenkoningen gemeld, van 3 tot 39 aan elkaar geknoopte ratten; 8 daarvan zijn nu nog in musea te zien. De laatste vondst is een rattenkoning van 16 individuen, waarvan 5-9 levende, in Võrumaa, Estland, op 16 januari 2005. Niemand weet hoe rattenkoningen ontstaan. Voor alle duidelijkheid: het is een natuurlijk fenomeen, dus geen dierenmishandeling of grap. In zijn boek Ratten doet Maarten 't Hart verslag van de vele theorieën over het ontstaan van zoiets bijzonders: aanbevolen voor wie meer wil weten over dit uiterst merkwaardige fenomeen.