Wat je visie op het paradijs ook is, nog steeds staat een paradijs voor iets dat onbedorven, bijzonder mooi, lieflijk is. En op allerlei manieren verlangen we terug naar dat verloren paradijs. Als herinnering werden verschillende dieren en planten vanwege hun bijzondere schoonheid geëerd met een paradijs-naam. Maar zelfs bij deze schoonheden is het niet allemaal zo paradijselijk als je zou verwachten: het rommelt in het paradijs,alweer, nog steeds....

 

In het eerste deel van deze miniserie kijken we naar paradijsplanten en enkele paradijsdieren.

Bij de planten is de paradijsvogelbloem, (Strelitzia reginae), de meest bekende. De bonte kleuren doen denken aan paradijsvogels. Een andere naam is vogelkopbloem. De bloemen worden bestoven door honingzuigers. Als je de bladeren ziet weet je waarom hij familie is van de banaan. Hij komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika, maar is nu in veel tropische landen te vinden.

 

w-strelitzia w-paradijslelie

Paradijsvogelbloem                                         Paradijslelie  (Paradisea liliastrum)

 

Zaden van de paradijsvogelbloem                    Paradijs venusvliegenvanger

w-zaden-strelitzia

w-paradijsvenusvliegenvanger

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De paradijslelie uit Midden Europa is het symbool van de orde van de Karthuizers monniken, die in 1084 door de heilige Bruno van Keulen werd gesticht. Daarom heet hij ook wel St. Bruno's lelie. De plant heeft medicinale eigenschappen. Toch is hij zijn plekje in het paradijs niet zeker: botanici weten niet goed in welke familie het geslacht Paradisea geplaatst moet worden.

 

Wat je in het paradijs bepaald niet zou verwachten is een vleesetende plant, Dionaea muscipula paradisia. Het is een soort vliegenvanger, waarvan de blaadjes dichtklappen als de vlieg binnen 20 seconden meer dan 2 x een haartje op het blad aanraakt: een fantastisch mechanisme, maar wat er zo paradijselijk aan is ontgaat me.

 

w-paradijsvisw-paradijsslang

Paradijsvis                                                       Paradijsslang

 

En dan is er een paradijsvis (Macropodus opercularis), na de goudvis de eerste aquariumvis. Mooi is hij wel, maar hij is waarschijnlijk uit het paradijs gezet vanwege zijn karakter. Je kunt hem vergelijken met de Siamese kempvis:agressief tegen soortgenoten. Zet daarom zeker niet 2 mannetjes bij elkaar. In koud water neemt de agressie af; dat is dus letterlijk en figuurlijk afkoelen.


Er is zelfs een paradijsslang (Chrysopelea paradisi). Het is een gladde slang van ongeveer 1 meter lang. Ze leven in de oerwouden van Z.O.Azië. Het is niet de soort die Eva verleidde, maar hij is om een andere reden bijzonder: hij kan namelijk 'zwemmen door de lucht'. Zo wordt zijn vlucht beschreven, als hij van grote hoogte uit een boom valt. Door zijn ribben te spreiden kan hij wel 14 m. ver glijden, met een snelheid van 36 km/u.  Niet slecht voor een dier, die gedoemd was stof te eten en op zijn buik te kruipen, als straf voor zijn rol in het einde van het paradijs, volgens het verhaal in Genesis.